Timothy Radstake wil maximale impact:


“Er is maar één weg voorwaarts naar gepersonaliseerde zorg”

De smalle gang in het UMC maakt indruk door de naambordjes, allemaal professoren. Zijn kamer is functioneel, studieboeken op de plank, sober. De gemiddelde accountant heeft een vergelijkbare kamer. “Hoe krijg ik de grootste impact voor de patiënt?”, vraagt Timothy Radstake zich af. Hij wil betekenisvol werken, wil impact realiseren. Dat kan in de Verenigde Staten, de beschikbare budgetten zijn er hoger. Het is échte passie dat hem als senior medical director early clinical development AbbVie naar Chicago brengt. Radstake is niet gevoelig voor status, stel ik vast. Want hij weet al: het kantoor in Chicago heeft soortgelijke kamers.

Timothy Radstake is reumatoloog, hoogleraar Translationele immunologie verbonden aan het UMC Utrecht. In Utrecht is Radstake de leider van de grootste onderzoeksgroep binnen het immunologie lab, waar helemaal in lijn met het gedachtegoed van Personalised Healthcare meerdere specialismes bij elkaar gevoegd zijn. “Het is raar dat we patiënten indelen op diagnose en op die manier gaan behandelen met medicijnen.” Timothy Radstake is groot pleitbezorger voor systems medicine: de bepaling van een moleculair profiel van iedere patiënt, waarin is af te lezen waar iets mis is. Dat opent de mogelijkheid om al te interveniëren vóórdat iemand een ziekte ontwikkelt. “Er is maar één weg voorwaarts op weg naar gepersonaliseerde zorg. De enige manier is om moleculair naar patiënten te kijken en niet via de onderscheiden ziektes. We moeten tot een ander criterium komen.”


Zijn toekomstdroom is om unieke cohorten te maken om het moleculaire netwerk leidend te maken bij ziektes. “Ik wil negativisme, twijfel en onbekendheid over systems medicine bestrijden.

Het is een unieke kans die ik krijg. Er is een baan gecreëerd over de héle immunologie, zodat ik al mijn inzichten en persoonlijke kennis toe kan passen… En ik word hoofd transactional medicine Immunology en daar ligt natuurlijk mijn hart. Om te onderzoeken hoe je kan voorspellen hoe patiënten reageren. Er liggen voor mij veel mogelijkheden om moleculaire profielen toe passen in trials. Als ik maar 50% van mijn gedachtegoed kan implementeren… dan maken we flinke stappen voorwaarts. Stel dat we een basket trial kunnen maken voor meerdere ziektes… ja, dat zou mooi zijn… daar hebben we ook EMA en FDA voor nodig. De ‘regulators’ schrijven nu nog voor dat je een trial moet doen met één diagnose en xx eindpunten. Terwijl wij willen: je pakt 20% van de patiënten met vijf diagnoses en dan is je moleculaire verandering het eindpunt. We zitten daarmee in een lastige transitiefase, het is een grote verandering voor de geneeskunde. In kanker zie je dat al, Pembroluzimab bijvoorbeeld, is geregistreerd voor kanker met bepaalde moleculaire veranderingen ‘no matter what’ als je deze specifieke moleculaire verandering maar hebt. Dat zou je ook voor onze ziektes willen.”

In Utrecht heeft Timothy Radstake gewerkt aan een cohort van 25.000 patiënten, met meer dan 20 infectie- en immunologieziektes. Straks in de Verenigde Staten is álles groter: de cohorten om mee te werken, de budgetten, de verantwoordelijkheid. Hij heeft niet veel op met mensen die komen met voorspelbare verwijten ‘je gaat naar de darke side’, van een universitair medisch centrum naar de industrie. “Bottom line willen bedrijven wat wij willen. Dan wordt er gezegd: maar de farma bedrijven willen medicijnen verkopen! Dat klopt. Die kant van de medaille overschaduwt de andere kant: het ontstaan van ziektes écht goed begrijpen en die ziektes voorkomen. Er werken in farma veel gemotiveerde mensen die impact willen genereren. En vaak gaat 30 tot 40% van de omzet terug naar R&D. Om te realiseren wat wij willen zijn tientallen miljoen euro budget nodig.”

Een voet aan de grond te krijgen met systems medicine valt niet mee. “Veel onderzoeksvoorstellen die ik maakte met de term systems medicine in de titel/beschrijving gingen toch niet door. De grote subsidie verstrekker suggeren dat ze zg. high-risk, high-gain onderzoek willen. Daar zie ik te weinig van terug in de gehonoreerde onderzoeksvoorstellen. Ook de acceptatie bij de overheid gaat helaas tergend langzaam”, zegt Radstake. “Wel hebben we projecten waarbij Health Holland (Top Sector Life Sciences & Health) mee financiert en dan kan je op het budget 20 à 30 procent plussen. Dat is een mooi programma. Bij de Nationale Wetenschapsagenda worden zoveel voorstellen ingediend dat je door de bomen het bos niet meer ziet. De vraag daar is of het überhaupt mogelijk en kosten effectief is om alles gereviewed te krijgen. Er zijn óf teveel onderzoekers in Nederland óf er is te weinig budget. Ik laat het aan anderen om daar over te oordelen.”

“Ik ben hier nu 7,5 jaar hoogleraar en het ademt systems medicine, dat blijft zo”, aldus de hoogleraar. “Ik woon in Nederland en wil ook de promovendi die ik heb blijven begeleiden. Er zijn vier medewerkers in het senior leadership van de groep en die zetten mijn werk voort. Nederland heeft een goede infrastructuur om trials te doen. Het zou mooi zijn als ons land een belangrijke hub kan worden voor systems medicine. Als ik daaraan kan bijdragen vanuit de Verenigde Staten speel ik die rol heel graag. De PHC Catalyst Alliance brengt interessante mensen bij elkaar die samen een enorme bijdrage kunnen leveren aan bewustwording. Het is indrukwekkend wat er in korte tijd bereikt is. Ik wil vanuit mijn andere perspectief daar graag bij betrokken blijven.”


Auteur: Peter van den Besselaar

Internationaal werken is niet per se effectiever

De gedachte dat je betere studies doet door allerlei internationale data bij elkaar te brengen is niet per se effectief, zegt Radstake. “Als de genetica van de personen in de cohorten anders is, is het soms moeilijk om moleculair één model te maken. Wij hebben een trial met 2 cohorten uit Nederland en 2 cohorten uit Italië en daar zie je toch echt een andere uitkomst. Maar dan is het feit dat wij veel patiënten bij elkaar kunnen krijgen ‘op een klein kluitje’ en dat labs dichtbij zijn, de enorme meerwaarde die we in Nederland hebben.” Bij grote Europese subsidies zijn onderzoekers uit verschillende landen verplicht om samen te werken. Radstake denkt dat dit niet áltijd het onderzoek zelf ten goede komt. Het werken met verschillende labs vergroot onzekerheid, terwijl dat niet altijd nodig is.