Ik ontmoet Esther Schouten (42) op het terras van restaurant-brasserie Velius in Hoorn. Tussen 2001 en 2010 behaalde de ex-boksster twee Europese- en vijf wereldtitels in het superbantamgewicht. In 2007 onderbrak ze haar succesvolle carrière noodgedwongen vanwege de diagnose lymfeklierkanker. Een jaar later stond ze alweer in de ring. Inmiddels is ze twaalf jaar ‘schoon’. “Ik kan mezelf elk jaar laten controleren. Dat noem ik mijn APK. Omdat ik me heel goed voelde, ben ik een paar keer niet geweest. Het laatste jaar ben ik soms wat vermoeid, dus ik laat me zo snel mogelijk weer checken. Je weet tenslotte nooit.”

Topsportmentaliteit

Esther zegt dat niet vanuit een angst om dood te gaan, want zelfs in haar ziekteperiode was ze daarvoor nooit bang. “Ik kreeg een dodelijke partner in mijn lijf, maar ik had het volste vertrouwen in mijn arts. Ze zei bij de eerste chemokuur al dat ze me gingen genezen. Daardoor viel mijn angst weg en nam mijn topsportmentaliteit het over. Ik ging er helemaal voor. Als boksster kende ik al geen twijfel, maar als kankerpatiënt ook niet. Ik was ervan overtuigd dat ik beter ging worden. Dat hielp mij enorm. Ik zocht precies uit welke effecten mijn chemo kon hebben op mijn carrière, want ik wilde weer boksen. Ik was erg gebrand op leven na de kanker. Natuurlijk dacht ik ook weleens ‘wat als…’, zeker toen ik in het ziekenhuis naast een man lag die nog zes weken had te leven. Maar over het algemeen kon ik zaken goed relativeren.”

Vertrouwensband

Esther erkent dat de vertrouwensband met haar arts heel belangrijk voor haar was én nog steeds is. “Ik heb sinds 2007 dezelfde hematoloog. Ze is fantastisch. Vanaf het begin liet ze me meebeslissen over mijn behandeling.

Mijn toekomst. Mijn leven. Ook stelde ze vanuit zichzelf een second opinion voor. Daarnaast kon ik meedoen aan een wetenschappelijke trial voor mijn chemobehandeling. Ik ben overigens wel blij dat ik de zware behandelvariant kreeg, want ik wilde eerst beter worden. Maar dankzij die trial behandelen ze patiënten net als ik nu uitsluitend met de lichte variant.”

In haar ziekteperiode had ze slechts één vervelende ervaring. “Na een bestraling was ik hartstikke ziek”, vertelt Esther. “Ik kreeg enorme pijn bij het slikken, maar volgens de radioloog kon dat niet door de bestraling komen. Hij schoof het af op de chemo en nam mij dus niet serieus. Ik trof de dag erna gelukkig een collega-radioloog die wel naar me luisterde, maar ik snap goed dat veel mensen op zo’n moment dichtklappen.“

Ieder mens is uniek

Esther gelooft mede daarom erg in de meerwaarde van gepersonaliseerde zorg. “Lang niet alle patiënten hebben een arts die voor ze door het vuur gaat. Dat geluk heb ik wel. De zorg gaat vaak over té veel schijven. Artsen handelen bovendien vanuit één protocol, terwijl ieder mens uniek is en een andere behandeling nodig heeft. Ik vind het mooi dat een organisatie als de PHC-alliantie zich sterk maakt om het leven van toekomstige patiënten makkelijker te maken.”

Ze is ook dankbaar dat ze sinds 2014 zelf iets kan teruggeven aan kinderen en jongeren met een lichamelijke of verstandelijke beperking of een chronische ziekte. “Ik ben ambassadeur van sportclub Only Friends. Door samen met kinderen en jongeren te bewegen, kan ik ze lekker laten genieten. Dat geeft me een goed gevoel.”

Niet meer moeten

Esther staat nu sowieso anders in het leven dan tijdens haar bokscarrière. “Ik ben socialer en toleranter. Ik zeg lang niet altijd meer meteen wat ik denk. En alhoewel ik nog steeds fanatiek ben, bewaak ik mijn grenzen beter. Dat is ook nodig, want naast het geven van presentaties en boksclinics doe ik de Marketing & Verkoop voor de groothandel in microcement van mijn man Jasper. Ik vind mijn rust door met onze Franse bulldog Molly te wandelen of samen met Jasper de batterij op te laden op onze boot. Ik wil niet meer moeten. Het gaat voor mij om de simpele dingen. Als de mensen in mijn wereld laten zien dat ze van mij houden en ik van hen mag houden, dan is het goed. Ik wil in goede gezondheid een gelukkig leven leiden. Punt.”

Auteur: Ron van Berkel

Gepersonaliseerde zorg heeft verschillende gezichten. In het vraaggesprek met Esther Schouten komen enkele aspecten van gepersonaliseerde zorg naar voren. De Amerikaan Dr. Leroy Hood staat aan de basis van systems medicine, waarbij de mens als één geheel wordt gezien. Hij ontwikkelde P4 medicine: een gezondheidszorg die participatief, persoonlijk, predictief en preventief is. Participatief betekent dat de zorgprofessional het individu optimaal ondersteunt om naar vermogen en naar wens zijn/haar gezondheid in eigen hand te nemen en daarnaar te handelen. Persoonlijk staat er voor dat diagnose, behandeling en preventieve leefregels worden afgestemd op het eigen psychobiologische profiel en de sociale context. Predictief staat voor een geïntegreerd gezondheidsprofiel, onder meer gebaseerd op genetica en moleculaire biomarkers, dat waarschuwt voor mogelijke gezondheidsrisico’s in de toekomst. Preventief betekent dat het persoonlijk profiel leidt tot maatwerk en effectievere preventie passend bij ieders individuele leefsituatie.