De onvervulde ambitie van Hein Moens


“Gééf onderzoekers en artsen vertrouwen”

Reumatoloog Hein Bernelot Moens omarmt vernieuwingen. Altijd al gedaan. Álles voor betere patiëntenzorg en meer adequate behandelingen van reuma. Hij deed promotieonderzoek en schreef een programma voor computergestuurde diagnose van reuma. Hoe kan de computer de specialist ondersteunen om nog betere uitkomsten te halen? Hij schreef dat in… 1991, inmiddels een generatie terug. Hij ging onlangs met pensioen.

Ons vraaggesprek begint met een beetje weemoedig terugkijken. “O, ik weet nog zó goed dat ik in 1969 bij de universiteit van Twente naar zo’n énorme machine ging kijken”, zegt Hein glimlachend. “Daar kwam als je 3 x 3 intoetste het getal 9 uitrollen. En mijn eerste publicatie bij het Jan van Breemen instituut maakte ik met behulp van een Apple G2 computer.” Mijn vraag is of hij a) opgetogen, b) neutraal of c) teleurgesteld is met de vooruitgang in zijn werkzame leven. Héél even betrekt zijn gezicht. “Teleurgesteld. Toen ik mijn promotieonderzoek deed, maakte ik een programma om computergestuurd diagnoses te maken. Ik moest 60 items intypen om een resultaat te krijgen. Dat kón toen ik promoveerde in 1991 al. Het duurde tot 2012 voordat het elektronisch patiëntendossier goed werkte en papier werd afgeschaft. Dat heeft twintig jaar geduurd.” Maar dan lacht de optimist in hem weer: “Ach… wat is twintig jaar nou op een mensenleven?”

Optimisme

Hein Moens kijkt liever naar kansen dan beperkingen. Waar anderen ná het pensioen zich helemaal richten op golfen, tuinieren en wandelen, barst Hein Moens nog van onvervulde ambitie. Hij wil nog verbeterstappen maken om behandeling op maat bij reuma te verbeteren. Hij doet dat samen met Ron Herings (Pharmo Instituut). Hij wil voorspellende factoren voor de werking van behandelingen beter in kaart brengen door te kijken naar het succes of falen in relatie tot co-medicatie. Als daar meer duidelijkheid over bestaat, worden behandelwijzes gerichter en effectiever.

Kennisgolven

“Er wordt wel over Kondratieff golven gesproken in de geneesmiddelenindustrie. We pompen miljarden in de ontwikkeling van geneesmiddelen die voor een énorme prijs op de markt komen, dan ligt er een geneesmiddel dat 15.000 euro per patiënt per jaar kost, en het werkt maar bij de helft van de mensen. Het is bizar dat we zo’n model aanhangen. Bij Personalised HealthCare kijken we niet meer naar het stofje dat mogelijk bij álle mensen werkt, maar naar de sleutel van een middel dat voor het individu werkt. Met name in de hematologie hebben we daar bijzondere voorbeelden van.” Hein Moens is opgetogen over het onderzoek van het exposoom: álle stoffen waaraan een mens is blootgesteld, lucht, planten, fijnstof, wat we eten en drinken, en leefstijl keuzes zoals lichaamsbeweging. “Er zijn al zo’n 10.000 publicaties over het exposoom, tegelijkertijd is nog veel onbekend.”

Te veel beren op de weg

“Ik vind dat het systeem in de zorg is doorgeslagen”, zegt Hein. “Er zijn veel te veel beren op de weg, als je medische data wilt gebruiken. Gééf onderzoekers en artsen vertrouwen of in ieder geval het voordeel van de twijfel. Als iemand fouten maakt, mag je tegen zijn schenen schoppen, dat is prima. Nu belemmert het systeem grootschalig onderzoek van big data waarmee we verbeterstappen kunnen maken. Mijn oproep is om de teugels te laten vieren. Medisch specialisten kunnen hun blik verbreden door niet meer alleen naar de harde medische gegevens te kijken maar ook omgevingsfactoren mee te nemen.” Hein Moens noemt verbeteringen om gepersonaliseerde zorg dichterbij te brengen. “Het zou fijn zijn als patiënten en burgers hun data kunnen doneren. En als de wet- en regelgeving méér vooruitgang mogelijk maakt.” Ondertussen zijn er ook slimme verbeteringen mogelijk door te kijken naar karakteristieken van patiënten: rookt iemand of niet? Rekening houden met gewicht. Man of vrouw? Etniciteit? Onderzoek naar de werking van behandelingen kan op veel fronten verbeteringen geven. Zegt de man die ooit van zijn kinderen een T-shirt kreeg met de tekst “More ideas than time”.

Droom

Hein Moens was jarenlang voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Reumatologie. Hij blijft voorzitter van ARCH, het medisch expertise platform voor bijzondere vormen van reuma, dat samenwerkt met universitaire medische centra. En actief binnen de PHC Alliantie. “Mijn droom is dat we over vijf jaar een slag hebben gemaakt met de uniformering van patiëntendossiers. Een trend die nu al gaande is. En dat we niet in élk ziekenhuis een eigen versie van het reumadossier hebben. De kracht van ICT zit erin dat je één keer een programma maakt en dat overal kunt laten draaien. Het checken van labwaarden voor medicijnen bijvoorbeeld. Dat zou in medische dossiers een routine kunnen zijn. Als je dat voor héél of half Nederland kunt doen, dan is het lonend. Dat kan een functie zijn die artsen naar believen kunnen gebruiken, aan- of uit kunnen zetten. Ik weet inmiddels hoe stroperig de processen zijn om wijzigingen aan te brengen in digitale omgevingen in ziekenhuizen: wie is er dan verantwoordelijk? En wie is aansprakelijk als het niet goed gaat? Terwijl dit typisch een terrein is, vergissen is menselijk, waar mensen fouten kunnen maken die computers niet over het hoofd zien. Over tien jaar zullen we meer gewend zijn aan computerondersteunde diagnostiek, beeldinterpretatie en ECG interpretatie. Dat zie je nu stapvoets beginnen. De arts blijft daarbij altijd in de cockpit zitten. Het werk wordt gedaan door de computer en die komt met een voorstel, de arts beoordeelt en zegt: ik ga dit met de patiënt bespreken.”