Samen beslissen is essentieel

Eind 2015 kreeg hij last van een klein kuchje. Een paar maanden later was hij hartstikke ziek: uitgezaaide longkanker. Arts Warner Prevoo schreef (samen met Karin Overmars) het boek ‘Echte dokters huilen ook’. Bijna vijf jaar later zit ik tegenover een energieke vent die midden in het leven staat. En die zijn mening niet onder stoelen of banken steekt. “Voor mij staat voorop dat de interpretatie van medische data niet mag worden gedreven door financiële, politieke of farmaceutische belangen.”

Achtbaan aan emoties

Het afgelopen halfjaar maakte Warner als mens, kankerpatiënt en oncologisch interventieradioloog een achtbaan aan emoties mee. “Tijdens de eerste lockdown was ik doodsbang”, bekent hij. “Ik wilde niemand in mijn buurt. Als risicopatiënt mocht ik niet meer werken in het OLVG. Ik werd thuis he-le-maal gek. Na twee maanden kon ik gelukkig wat niet-patiëntgebonden onderzoek doen. Inmiddels ben ik minder angstig. Ik val in een risicogroep, maar ik ben fit. Dit komt onder meer doordat ik kickboks, wat ook goed is voor mijn geest. Ik leef bij de dag en ik zorg dat ik in zo goed mogelijke conditie ben.”

Duidelijk en eerlijk

Warners ziekte opende hem de ogen over hoe je als arts goed omgaat met je patiënten. Zijn twee belangrijkste tips voor dokters? Wees eerlijk en geef aan dat je niet kan voelen wat een patiënt precies meemaakt. Er ligt altijd een druk op artsen om zo efficiënt mogelijk met hun ‘patiënttijd’ om te gaan. Ook worden ze opgeleid om een bepaalde afstand te houden. Dat maakt het dan ingewikkeld om empathisch te zijn. Aan standaardopmerkingen als ‘Ik begrijp hoe u zich voelt’, heeft niemand iets. Als arts kun je niet begrijpen wat de impact van een ziekte is op het leven van een patiënt als je hem of haar maar eens in de zoveel tijd tien minuten op een poli ziet.”

“Aan de ene kant moet het contact tussen arts en patiënt zakelijk zijn. Aan de andere kant is het zaak samen te beslissen. In zo’n proces moet je duidelijk en eerlijk zijn. Door te zeggen: ‘Ik weet het niet’. Of: ‘U gaat niet meer beter worden’. Of: ‘U moet dit niet meer willen’. Je moet ook snel herkennen wat voor patiënt je tegenover je hebt. Vroeger bestond er een ongelijkwaardige kloof tussen arts en patiënt. Tegenwoordig staat de arts minder op een voetstuk en is de relatie ook ‘normaler’. Samen beslissen, is daarvan een afgeleide.”

Samen beslissen is essentieel

Dat samen beslissen, is volgens Warner essentieel voor gepersonaliseerde zorg. “Als je patiënten verdeelt in groepen op basis van bijvoorbeeld genetic profiling, dan kun je medische beslissingen nemen en behandelingen instellen op grond van het te verwachten resultaat of ziekteverloop bij een specifieke groep patiënten. Zo kun je heel veel data verzamelen over hoe een specifiek profiel is bij een bepaalde ziekte en wat voor die patiënt de beste behandeling is. Ik ben ervan overtuigd dat dat bijdraagt aan de kwaliteit van zorg. De wetenschap kan de dagelijkse zorg hierbij dus goed ondersteunen.”

Kwaliteit van leven

“Het gaat er ook om hoe je data interpreteert. Als je alle overlevingscijfers op een hoop gooit, dan valt dat in zijn totaal misschien een beetje tegen. Bekijk je de verschillende tumorgroepen, dan kunnen overlevingscijfers juist veelbelovend zijn. Door immunotherapie gaan er minder patiënten dood aan bijvoorbeeld huidkanker, terwijl de overlevingscijfers van longkanker slechts langzaam verbeteren. Voor mij staat voorop dat het verkrijgen van medische data niet mag worden gedreven door financiële, politieke of farmaceutische belangen. Hang je als patiënt erg aan het leven, dan ga je ook met experimentele behandelingen heel ver om juist zo lang mogelijk te leven. Dat is goed voor de wetenschap, maar het betekent soms wel dat de kwaliteit van leven snel kan verslechteren. Daar komt ‘samen beslissen’ weer om de hoek kijken. Die combinatie van wetenschap en wat echt zinnig is voor de patiënt is uitermate belangrijk. En dat moet je als arts en patiënt samen heel goed bespreken om tot het juiste besluit te komen.” Auteur: Ron van Berkel